Leeuwarden. Afgelopen week is de beslissing genomen. Sjaan gaat scheiden!… > Lees verder
NIEUWS: Homovriendelijke ouderenzorg bij ZuidOostZorg OosterwoldeOOSTERWOLDE – Verpleeghuis Stellinghaven Oosterwolde, een locatie… > Lees verder
NIEUWS: Hemelvaartsdag 17 mei geen inloopspreekuur van de GGDIn verband met Hemelvaartsdag zal er 17 mei geen inloopspreekuur gehouden… > Lees verder
Deze reacties kunnen voortkomen uit geloofsovertuiging, visie op opvoeden, onbegrip voor de kinderwens van homoseksuele stellen of uit onbekendheid. Daarbij kan het een rol spelen dat hetero’s zich niet goed kunnen voorstellen dat homoseksuelen dezelfde gevoelens, wensen en verlangens hebben als hetero’s ten aanzien van relaties en kinderen krijgen. Ook vraagt men zich vaak af ‘hoe ze het nou doen, dat kinderen krijgen’.
Om maar meteen op deze laatste vraag in te gaan: daar zijn vanzelfsprekend diverse manieren voor.
Voor veel stellen is het belangrijk dat het kindje uit beider bloedlijn komt. Dat kan bij mannen door een zus als draagmoeder te laten optreden en bij vrouwen door een broer van de niet biologische moeder donor te laten zijn. Met een kindje uit beider bloedlijn heb je veel zekerheid over ziektes, en is het kind herkenbaar voor beide families. Om problemen te voorkomen, is het raadzaam om duidelijke afspraken vast te leggen over of de biologische moeder of vader een rol in het ouderschap vervult.
Een andere mogelijkheid is adoptie (zoals Paul de Leeuw en zijn man hebben gedaan). Vrouwenstellen kunnen kiezen voor een donor van de spermabank of een donor uit de vriendenkring. Ook komt het voor dat een lesbisch stel samen met een homostel kinderen krijgt en dat ze het ouderschap delen.
De niet biologische ouder van het kindje moet het kind adopteren om het ouderschap en dus zeggenschap te verkrijgen. Gelukkig duurt de adoptieprocedure tegenwoordig niet zo lang meer.
Bij vrouwenstellen met kinderen wordt vaak de vraag gesteld ‘wie de échte moeder is’. Hiermee wordt dan de biologische moeder bedoeld. Voor de sociale moeder dit is vaak een pijnlijke vraag omdat beide moeders de échte moeder zijn, hoewel er maar een de biologische moeder is.
Bij vrouwen kan de inseminatie op verschillende manieren plaats vinden; er zijn doe-het-zelf-pakketjes bij de apotheek, of het kan in het ziekenhuis. In tegenstelling tot wat sommigen denken (of misschien hopen?) vindt inseminatie meestal niet plaats door seksueel contact, maar dit is wel mogelijk.
Tot slot zijn er natuurlijk mannen en vrouwen die op latere leeftijd een homoseksuele relatie krijgen en al kinderen hebben uit een eerdere, heteroseksuele, relatie.
Opvoeding
De keuze voor een kind door homoseksuele stellen wordt heel bewust gemaakt; het gaat niet vanzelf en er zijn nogal wat hindernissen die overwonnen moeten worden. Dat maakt dat deze kinderen erg gewenst zijn en er veel in hen geïnvesteerd wordt.
Dr. Henny Bos (universitair docent bij de afdeling Pedagogiek en Onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam) doet onderzoek naar lesbische ouderparen en hun kinderen. Belangrijke uitkomsten uit dit onderzoek zijn dat het welzijn en de mate van aanpassing van deze kinderen niet anders is dan van kinderen uit heterogezinnen. Lesbische ouders doen het dus zeker niet slechter dan hetero ouders en hun kinderen lopen ook niet méér risico op seksuele afwijkingen. De onderzoekers stellen bovendien dat de niet-biologische moeder vaak toegewijder is dan een heterovader.
Bos heeft ook net een onderzoeksvoorstel geschreven over homovaders. Ze verwacht dat daar misschien wel andere dingen uit naar voren zullen komen. ‘Ik denk dat mannen en vrouwen het ouderschap sowieso verschillend ervaren. Daarnaast hebben homo's misschien nog meer het gevoel dat ze hun best moeten doen om te bewijzen dat ze goede vaders zijn, omdat twee vaders door de samenleving als nóg afwijkender wordt gezien dan twee moeders.
Met kinderen van homoseksuele paren kunnen zich precies dezelfde opvoedingsperikelen voordoen als met kinderen van heteroseksuele ouders. Wel spelen er een aantal specifieke aspecten zoals de vraag hoe en wanneer je het kind op de hoogte stelt van de biologische afkomst; dat is voor kinderen erg belangrijk.
In een recente studie keek Bos in hoeverre 8- tot 12-jarige kinderen uit lesbische gezinnen te maken krijgen met stigmatisering. Hieruit bleek dat deze kinderen over het algemeen weinig gestigmatiseerd werden door hun omgeving. En als er sprake is van stigmatisering leidt dit bij de kinderen van lesbische ouders niet tot probleemgedrag. Dit heeft waarschijnlijk te maken met protectieve factoren, zoals de omgang met andere kinderen uit soortgelijke gezinnen en openheid over de gezinssituatie op school; stel de onderwijzers op de hoogte van de gezinssituatie en maak afspraken over moeder- en vaderdagkadootjes en dergelijke.
Hoe gaat het met de kinderen?
De vraag die veel mensen bezighoudt, is of kinderen van homo’s en lesbo’s net zo gelukkig zijn als kinderen van hetero ouders.
Het antwoord hierop is simpelweg ja. Kinderen van een homo- of lesbisch stel zijn nooit ongewenst, omdat de ouders heel bewust voor hen gekozen hebben, juist omdat ze niet vanzelf kinderen kunnen krijgen. Er zitten dus geen ongelukjes of nakomertjes bij. Ook met de opvoeding zijn homoseksuele ouders meestal heel bewust bezig. Bijvoorbeeld door andere mannen en vrouwen te betrekken bij de opvoeding, zodat hun kind zich ook kan identificeren met de andere sekse. Als er al iets zou zijn dat deze kinderen ongelukkig maakt, heeft dat eerder te maken met hoe de omgeving op hun familie reageert.
Op het gebied van genderidentiteit zie je geen verschillen tussen kinderen van lesbische ouders en kinderen van hetero-ouders, behalve op één punt: meisjes met lesbische ouders kunnen zich wel voorstellen dat ze later gaan samenwonen met iemand van hetzelfde geslacht.
Kortom; homoseksueel ouderschap is oké!
http://www.meerdangewenst.nl