Homoseksualiteit in de kerk: Ik heb ermee geworsteld als Jacob in de Jabbok

Praat er maar niet over, heet de roman van CDA-Statenlid Teus Dorrepaal. Maar hij is nu zo ver dat hij er juist wél over wil praten. „Het is een appél aan mensen in de kerk zich in te leven en af te vragen of ze wel goed omgaan met homoseksualiteit.”

Teus Dorrepaal is afkomstig uit de bevindelijke gereformeerde stroming binnen het Nederlands protestantisme. Over de omgang met seksuele diversiteit in de evangelische kerken schreef Anne de Groot, nu directeur van COC Friesland, in opdracht van het COC en Tûmba het onderzoek ‘Uit de kast. Uit de kerk? Seksuele diversiteit in evangelische gemeenschappen’. Vanmiddag houdt mw De Groot tijdens de presentatie een korte inleiding. De brochure kunt u bestellen bij COC Friesland.

Friesche Dagblad – Jan Ybema. Geplaatst: 01 december 2018 om 14:54

,,We moeten af van het kastensysteem”, zegt Teus Dorrepaal (72) meermaals. ,,‘Uit de kast komen’ vind ik een rotbegrip. Er zou helemaal geen kast moeten zijn.”

Dat we zover nog niet zijn, is voor hem een levenslange worsteling geweest. ,,Ik ben nu eindelijk zo ver dat ik voel: ik mag en móét erover schrijven, om andersgeaardheid voor mensen dichterbij te brengen.”

Dorrepaal voelde al van kinds af aan dat hij op hetzelfde geslacht valt. Maar op het bevindelijk gereformeerde platteland van Zuid-Holland in de jaren zestig was dat volkomen onbekend terrein. Over die jeugd en volwassenwording gaat Praat er maar niet over, een in hoge mate autobiografisch boek. De namen zijn veranderd, maar de lotgevallen komen uit het leven van Dorrepaal zelf.

Net als hoofdpersoon Mart in het boek, is Teus zestien als hij zijn ouders over zijn andersgeaardheid vertelt. ,,Er viel een lange stilte. Ze waren totaal ontdaan. Mijn moeder heeft zo onbedaarlijk gehuild, het was hartverscheurend.”

‘Verloren, verloren’, riep zijn moeder wenend. ,,En ik wist zelf ook dat ik verloren was. Ik ben naar de stalzolder gegaan en keek naar de vloer beneden. Ik wilde een eind aan mijn leven maken. Omdat ik het verdriet van mijn ouders niet aankon, en ik zocht de Heere Jezus op. Ik dacht: als ik dan toch verloren ben, dan wil ik U nu ontmoeten, dan moet ik nu horen dat ik verloren ben.”

Maar naar beneden kijkend, zag Dorrepaal een visioen van een brandend vuur. ,,Daaruit zag ik Jezus aan het kruis omhoog komen. ‘Ik heb een opdracht voor je’, zei hij.”Het grijpt hem nog steeds aan. ,,Je vindt het misschien maar een raar verhaal”, zegt hij bijna verontschuldigend, ,,maar dat is echt hoe ik het beleefd heb.”

Wonderen

Dorrepaal springt niet. ’s Avonds gaat zijn vader naar de predikant. Homoseksualiteit is ‘een gruwel in het aangezicht des Heeren’, die ‘het oordeel des doods waardig is’, citeert hij uit Deuteronomium. ,,Is het dan echt zo erg met mijn zoon gesteld”, vroeg Dorrepaals vader nog in vertwijfeling, maar de Heilige Schrift was duidelijk.

Twaalf jaar lang stopte Dorrepaal zijn gevoelens weg. Thuis werd er niet meer over gesproken. Hij deed verschillende pogingen om zijn geaardheid te veranderen. Een dokter adviseerde hem heteroseksuele ervaringen op te doen en hij bezocht ook een gebedsgenezer. ,,En ’s nachts lag ik op m’n knieën te bidden dat m’n geaardheid zou veranderen. Haal dit van me af, bad ik.”

Hij zou vader opvolgen

Maar het mocht niet baten. ,,Ik geloof in wonderen”, zegt Dorrepaal terugkijkend, ,,Maar ik ben sceptisch over het veranderen van geaardheid. Het is een wezenlijk onderdeel van je.” In het boek heet het dorp waar Mart opgroeit Hoogwaardenburg. ,,Er werden hoge waarden gekoesterd en het was er veilig, als in een burg. Maar uiteindelijk was het er ook verstikkend; ik moest er weg.”

Hij zou vader opvolgen op de boerderij, maar las op zekere dag in de NCRV-bode: ‘Zoekt u een beroep met toekomst waar u intern kunt wonen, word verpleger in Meer en Bosch’. En hij ging.

Als we die God zien, zien we de liefde

Daar werd hem definitief duidelijk dat hij nu eenmaal op mannen viel en dat dat zo zou blijven. Het duurde tot zijn 28e tot hij dat opnieuw aan zijn ouders vertelde, ,,die misschien gehoopt hadden dat ik genezen was. Maar ze hebben me toen omarmd.” Hij voelde zich als Jacob die de rivier oversteekt. ,,Ik dorst niet oversteken, maar ging toch. Ik moest vechten zoals Jacob, tegen iemand die ook de ander in jezelf kan zijn. Maar ik ben overgestoken, en zoals Ezau daar stond om Jacob tegen de borst te drukken, zo stonden daar mijn ouders.” ,,Ze hebben me als zodanig ook nooit afgewezen”, kijkt hij terug, ,,Maar ze hebben geworsteld met de teleurstelling, met dromen en verwachtingen die niet zouden uitkomen. Het is voor hen ook een strijd geweest.”

Afgewezen

Maar zijn andersgeaardheid werd niet overal geaccepteerd, moest Dorrepaal ook als volwassen man ervaren. Nog in 1986 werd hij afgewezen als docent op de Christelijke Hogeschool Vijverberg in Ede. ,,Ik was unaniem aangenomen, maar ‘ik moet u nog wel wat vertellen’, zei ik. Mij werd te verstaan gegeven dat ik mij maar beter kon terugtrekken.”

Hoe pijnlijk zulke ervaringen ook waren, Dorrepaal keerde de kerk niet de rug toe. Nog steeds bezoekt hij zondags bevindelijk gereformeerde en andere diensten. Hij kent de teksten waarop orthodox-gelovigen zich baseren in hun afwijzing van homoseksualiteit. ,,Ik snap waar het vandaan komt en ik heb er begrip voor. Ik zie de diep doorvoelde oprechtheid van hun overtuiging. Die leer zit helemaal in ons.” Ze zijn mijn broeders en zusters en ik wil laten zien dat ook ik hun broeder ben

Is hij dan in feite tolerant jegens hun intolerantie? ,,Een van de redenen dat ik in de kerk gebleven ben – behalve dat de Heere me niet heeft laten gaan – is ook om mensen te dwingen zich tot mij te verhouden. Ze zijn mijn broeders en zusters en ik wil laten zien dat ook ik hun broeder ben. Ik vind dat ze mij moeten kennen.”

‘We accepteren u wel, maar uw keuzes niet’, hoorde en hoort hij regelmatig. ,,Maar dan ontken je een groot deel van wie die ander is. Ik denk dat we mensen in hun totaliteit moeten accepteren, met hun geschiedenis en verlangens. Ik hoop dat mijn boek gelovigen daarbij kan helpen. ”

,,Met ons getob en onze normeringen en dogma’s zijn we aan de aarde geketend. Ik zou willen dat we meer oog hebben voor het machtige werk van de Heere, die ons opzoekt – niet als een verwerpende God, maar als een God die zich naar ons toekeert. Als we die God zien, dan zien we liefde.”

Praat er maar niet over, door Teus Dorrepaal. Uitgeverij KokBoekencentrum, 19,99 euro.